drachtige merrie: nu al nadenken over voer

Het is nooit te vroeg om stil te staan bij de voeding van een drachtige merrie. Als het veulen tijdens de dracht onvoldoende voedingsstoffen aangeleverd krijgt, dan kan dat invloed hebben op de uiteindelijke prestaties. Daarom is het belangrijk om niet te wachten met het aanpassen van het rantsoen van de merrie tot een dikke buik zichtbaar is. Vanaf de 7e of 8e maand zal de merrie meer moeten gaan eten om ook het veulen van alle voedingsstoffen te voorzien. Zeker voor merries die vroeg in het seizoen drachtig zijn geworden, is het goed om nu al de voeding te controleren.

In de eerste fase van de dracht heeft de merrie geen extra voedingsstoffen nodig voor het veulen, maar het rantsoen moet wel kloppen. Het veulen groeit de eerste zeven maanden nog niet zo snel. Met 8 maanden bereikt het veulen zo’n 70% van zijn lengte, maar hij weegt nog maar 15% van zijn uiteindelijke geboortegewicht. De eerste 6 tot 7 maanden groeit het veulen 80 gram per dag, daarna stijgt de groei naar 330 gram per dag. Omdat het veulen vanaf 8 maanden dracht nog 85% van zijn geboortegewicht moet aanzetten, heeft hij daar voldoende calcium, fosfor, magnesium en andere voedingsstoffen voor nodig.

Met 8 maanden drachtigheid is het daarom nodig om meer energie, eiwit en essentiële voedingsstoffen te voeren, anders kan er bij het veulen een tekort ontstaan. Ruwvoer levert ook veel voedingsstoffen, maar houd er rekening mee dat de gehalten aan vitamines (zoals vitamine E) dalen gedurende de opslag van ruwvoer. Voor het veulen is dit een essentiële voedingsstof om met de biest binnen te krijgen. Het blijkt zelfs dat veulens die biest dronken van merries die een aanvulling van vitamine E in het rantsoen kregen een betere immuunstatus hadden dan veulens van merries zonder deze aanvulling.

Merriebrok is een goede aanvulling op het rantsoen gedurende de laatste maanden, maar let op dat het vitamine E gehalte hierin voldoende hoog is. Een andere voedingsstof die aandacht vereist is koper. Tijdens de dracht nemen veulens koper op en maken een reserve hiervan aan in de lever. Deze voorraad koper gebruiken ze gedurende hun eerste levensmaanden, omdat merriemelk relatief koperarm is. De gehalte koper in de melk zijn op dat moment niet meer te verhogen: een koper tekort bij het veulen voorkom je dus door de merrie tijdens de dracht voldoende koper te voeren. Koper is hoogstwaarschijnlijk van invloed op het herstelvermogen van kleine (natuurlijke) beschadigingen in het kraakbeen en mogelijk ook in de ontwikkeling van osteochondrose (OCD).

Sanéqui Mare&Foal bevat onder andere hoge gehaltes aan eiwit, koper, vitamine E en selenium. Ook geef je met deze muesli de juiste aminozuren, in de juiste verhoudingen. Dit is belangrijk voor een goede bot- gewricht- en spierontwikkeling en een gezonde melkproductie.

In de winter zal ik meer gaan schrijven over drachtige merries en hun veulens en het belang van goede voeding.

About these ads

Geplaatst op 11 oktober 2011, in Fokkerij en getagd als , , , . Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 102 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: